Schrijf je in voor de nieuwsbrief:
Kijk, het zit zo
In ‘Kijk, het zit zo’ vind je teksten en filmpjes. Over grote en kleine onderwerpen. Een beetje wat ik in het veld tegenkom of zelf meemaak. Wat me opvalt, verrast, verbaast. Spontaan, impulsief, ongestructureerd. Dan weet je het vast.
Ik leg
het
nog 1
keer
uit!
Bestellen?
Ik leg
het
nog 1
keer
uit!
Kijk, het zit zo
In ‘Kijk, het zit zo’ vind je teksten en filmpjes. Over grote en kleine onderwerpen. Een beetje wat ik in het veld tegenkom of zelf meemaak. Wat me opvalt, verrast, verbaast. Spontaan, impulsief, ongestructureerd. Dan weet je het vast.
KOM OP, JE KAN HET!

Je kent dat wel, je loopt ergens enorm tegen op (of om heen), je weet dat je wat moet gaan doen, maar je doet het niet. Misschien niet eens omdat je het niet kan, dat valt allemaal nog te bezien, maar omdat je het niet wil, er gewoonweg tegen op ziet, weerstand hebt, je er niet toe kan zetten.

Als je dat rondbazuint krijg je allerlei vermoeiende adviezen: “Joh, kom op, je kan het. Willen is kunnen. Kan je het niet of wil je het niet? Gewoon even aanpakken. Even de stap maken.” Voor je het weet heb je een groot aantal coaches aan je broek hangen, die komen om je te motiveren. En die, on top of that, ook nog teleurgesteld zijn als hen dat niet lukt. Worden ze ook nog boos. “Nou dan moet je het zelf weten. Ik was er tegenaan gegaan als ik jou was. En nu? Wat ga je nu dan doen, jij!?” Voor je het weet heb je er een tweede probleem bij. De eerste waar je tegen op loopt en de tweede: men vindt je een slappe zak. Dus beter mondje dicht.

Er komen steeds meer aanwijzingen dat motiveren niet altijd helpt. Een kleine peptalk in de rust heeft soms wat effect. Vraag de meeste voetballers maar, meestal luisteren ze er niet eens naar. Wat je hoort is het onvermogen van de coach dat door de kleedkamer galmt. Een klein duwtje in de rug kan helpen, maar allen bij iemand die al voor 80% de beslissing genomen heeft iets te gaan doen. En daarmee hebben we de meeste motiverende mogelijkheden ook wel gehad.

Voor je het weet heb je er een tweede probleem bij. De eerste waar je tegen op loopt en de tweede: men vindt je een slappe zak. Dus beter mondje dicht.

Nee, positief denken en motiverende woorden is niet altijd het antwoord als je ergens niet toe komt. Zelfs als je het van jezelf moet (moeten, kent u die uitdrukking?), laat staan van anderen, het hele lichaam in een enorme NEE, IK WIL NIET stand schiet.

Goed, sommige mensen, een paar maar, wordt geboren (of gemaakt, daar is de wetenschap nog niet uit) met wilskracht en doorzettingsvermogen. Dat is natuurlijk best fijn. En het voorkomt het geleuter van ‘Kom op, je kan het!’

Maar wat te doen als je deze eigenschappen niet of niet in voldoende mate hebt? Ben je dan bij voorbaat kansloos verloren? Zeker niet, wanhoop niet. Alleen dien je dan wel een andere weg af te leggen. Niet slechter, misschien zelfs beter. Want patsboem er boven op daar weet je het ook niet van. Je kan zomaar met een enorme power, wilskracht en doorzettingsvermogen de verkeerde kant oprennen.

Die andere weg is de weg van zelfonderzoek. En die begint met het zinnetje: “Ik heb er eigenlijk geen zin in”. Dat is het signaal, het startpunt. “Geen zin hebben? Mooi, laten we daar eens even goed naar kijken” Zelfonderzoek dus. En dat is niets anders dan jezelf vragen stellen, de interne dialoog als het ware: waarom heb ik weerstand? Waar ben ik bang voor? Wat kan er mis gaan? Waarom is het de moeite waard om het op te lossen? Wat betekent het niet oplossen? Hoe kan ik verder leven zonder het te hebben opgelost? Kan ik iets anders bedenken wat makkelijker gaat? Wat is de kleinste eerste stap die ik kan nemen? Wat heb ik er voor nodig? (en van wie?)

Uiteindelijk mondt deze interne dialoog, met vragen en antwoorden, uit in het finale antwoord: je weet precies wat je te doen staat (in ieder geval voor de eerste kleine stap), je staat er ook helemaal achter, want het is helder en overzichtelijk geworden. De stap naar doen is dan klein. Als er iemand in de buurt is die je nog dat hele kleine duwtje kan geven is dat prettig.

DE DAG DAT IEMAND IN JE GELOOFT

Ik heb ontzettende mazzel gehad. Het grootste gedeelte van mijn leven heb ik leuk werk gedaan. 40 van de 50 werk jaren. Ik begon met werken op mijn 17de. Misschien was de mazzel wel dat ik nog niks kon en nergens voor was opgeleid. Het moest dus met vallen en opstaan. De eerste 10 jaar waren ook een drama. Veel verschillende baantjes, paar maal ontslagen. Ik begon als loopjongen in de reclame, advertenties naar de dagbladen en tijdschriften brengen. Dat deed men toen nog. Af en toe mocht ik wat meer. Maar ik was lui en slordig. En werd derhalve ook nog weleens weggestuurd. Via wat omwegen als verzekeringen huis aan huis proberen te slijten, meubels verkopen en uitzendkrachten aan de man brengen, kwam ik weer terug in de reclame. Overigens was ik ook niet beestachtig goed in dat verkopen, maar het was wel erg leerzaam. In de reclame dus, bij goed bureau van een hoger, zelfs zeer hoog niveau. Met allemaal intelligente en slimme mensen. Ik voelde me wel een lulletje daar tussen. Ik had me er in geluld. De juiste dingen gezegd. En… ik sprak netjes, had een aardige woordenschat, was goed opgevoed, goede sportclubs, goede manieren, goede scholen, al had ik ze niet afgemaakt. Ik leek heel wat, als het ware.

Via wat omwegen als verzekeringen huis aan huis proberen te slijten, meubels verkopen en uitzendkrachten aan de man brengen, kwam ik weer terug in de reclame.

 

Een spannende periode. Ik moest dingen doen die ik nog helemaal niet kon. Probleemanalyses maken, oplossingen bedenken, daar weer rapporten over schrijven en deze presenteren. Nooit geleerd, nooit gedaan. Qua schrijven kon ik nog geen drie regels onder elkaar krijgen. Maar het was nog om iets anders een spannende periode. Mijn tweede kind zou geboren worden, ik was 25, en ik mocht gewoon niet meer ontslagen worden. Er moest geld op de plank blijven.

Ik werd niet ontslagen. Niet dat mijn beoordelingen allemaal zo goed waren, er was best wat op aan te merken, maar kennelijk zagen ze ook iets interessants, al waren er ook bedenkingen. Ik zag dat zelf nog niet zo. Na een paar jaar kreeg ik van een ander bureau een aanbod. Ik werd gevraagd. Voor het eerst. Ik besloot dat aanbod aan te nemen. Iets meer salaris, maar belangrijker was de schone lei waar ik mee kon beginnen. Nog geen bedenkingen. Hier ging het van meet af aan veel beter. Wat uiteraard met zelfvertrouwen te maken had. Je komt binnen op een betere positie, je snapt meer hoe het werkt en je weet meer. Maar mijn schroom had ik nog niet helemaal van me afgeschud. Ik voelde me nog vaak minder dan al die goed opgeleide mensen. Ook al vonden zij dat niet.

In die tijd werkte ik vaak samen met een, door het hele reclamevak als briljante man beschouwd. We konden goed praten en hadden een aardige klik. Een man waar je wat van kon leren, waar ik tegen op keek. Op een dag kwam hij naar me toe: “Hé Jan Peter. Je bent echt heel goed. D’r staat echt iemand. Heel overtuigend”. De laatste schroom viel van me af. Als hij dat zegt dan is dat zo. Pleasen was niet zo zijn ding. Mijn werkleven, en misschien wel mijn hele leven, veranderde op slag. Ik was misschien al wie ik was, alleen wist ik dat niet. Ik kreeg vertrouwen in mezelf. Vertrouwen dat vanaf dat moment ook snel en sterk groeide. Ik gun iedereen zo’n man. En man die in je gelooft en dat ook zegt. Er zijn er niet veel van. Ik ben hem eeuwig en nog elke dag dankbaar en zijn naam moet hier worden genoemd: Willem Gussekloo (1939-1992)

 

IEDERE MIJLPAAL BEGINT MET IETS ONBENULLIGS

Wat is dat toch dat iedereen, nou ja iedereen, steeds maar het verschil wil maken. Groots en meeslepend wil leven. Wat is er gebeurd, dat we dat zijn gaan willen. En gewoon meedoen niet meer goed genoeg werd. Gewoon zijn ook niet. Bijzonderder willen we worden, onderscheidener. Verschillend. Het verschil maken, dus.

Wat een klus en waarom? Om iets na te laten aan de wereld? Om belangrijk te zijn? Om je veilig te kunnen voelen? Geaccepteerd? Is dat wat die enorme klus uiteindelijk moet opleveren? En nog een vraag: heb je dat helemaal zelf bedacht of is het je aangeleerd? Is je aangeleerd dat als je het verschil niet maakt of op z’n minst wil maken, je niet meedoet? Je er niet toe doet?

Kortom een groot deel van ons leven zijn we bezig het verschil te maken. Erbij te horen en er te toe doen.

Kortom een groot deel van ons leven zijn we bezig het verschil te maken. Erbij te horen en er te toe doen. Nu gaat het er hier  (vandaag dan) niet om of dit goed of slecht is, het is namelijk wat het nu is 🙂 Wel belangrijk is bewust te zijn dat dit ‘verschil willen maken’ behoorlijk obsessief kan zijn, zo erg dat je een drie essentiële zaken uit het oog verliest. Ten eerste: om echt iets te presteren heb je rust en overzicht nodig. We gaan het er nog vaker over hebben, geloof me, in rust ben je creatiever, zie je meer, sta je meer open, zie je beter wat je te doen staat. En ten tweede: de kans op de double jeopardy. Zorg ervoor dat de weg naar je doel leuk is. Als je het niet haalt, was de weg tenminste leuk. In plaats van niet gehaald en verschrikkelijk pad. Double jeopardy. Tweemaal de klos.

En drie: Een prachtig eindresultaat begint klein. Niet groot en meeslepend. Niet fantastisch. Gewoon klein, vaak met iets onbenulligs. Ik denk, ik ben er niet bij geweest, maar dat meneer Philips met zijn gloeilamp, meneer Ford met zijn T Ford en meneer Jobs met zijn computer helemaal niet zo bezig waren met het ‘verschil maken’. Ze waren gewoon bezig, in hun ogen zeker met iets goeds, waarvan later bleek dat het verschil maakte.

Het lijkt me duidelijk, ik adviseer een andere aanpak. Eentje die bestaat uit twee simpele opvattingen: maak het proces leuk – anders houd je het niet vol en als het allemaal mislukt heb je toch nog iets leuks gedaan – en begin met iets onbenulligs. Dit laatste is echt heel verstandig, het kan dan alleen maar mooier en beter worden.

Kijk even wat je nu, vandaag, gedaan hebt. Misschien heb je, heel onbenullig soep gemaakt. Maak er morgen weer een, een andere. Overmorgen weer een. Verdiep je er in*. Experimenteer. Of misschien heb je vandaag terwijl je aan het bellen was kubusjes, hokjes getekend en gearceerd. Hoe onbenullig. Of niet. Misschien zit er wel een kastontwerp in, of een gordijnpatroon. Ik bedoel maar, hoe onbenullig kan je het hebben? Als je in onbenullige dingen – ja kijk als je een wereldschokkend idee hebt dan is dat andere koek, maar wie heeft dat nou nog? – wat tijd, energie, liefde stopt, zal je zien dat er langzaam, geduld is hier een schone zaak, iets gaat ontstaan. En weet, veel zaken ‘mislukken’ niet omdat ze slecht waren, maar omdat ze voortijdig werd opgegeven. Je moet wel even volhouden. Leg de lat laag, dan spring je er makkelijker overheen. En hoef je ook niet meteen de allerbeste hoogspringschoenen te kopen. Die komen wel als je een beetje in de buurt van het ‘verschil’ bent gekomen.

*Over vakmanschap een andere keer weer.

OP DE HOOGTE BLIJVEN

Wil je op de hoogte blijven van de nieuwe dingen op ‘Ik leg het nog 1 keer uit’ schrijf je dan hieronder in voor de nieuwsbrief. Ook mooi als je de Facebook pagina liked!! Kan ook hieronder

AFVALRACE

Op een gegeven moment was het echt nodig. De broeken begonnen te knellen. Slechts één wat rekbare jeans zat nog een beetje. De shirts en overhemden zaten strak. De oorzaak lag voor de hand. Het was allemaal erg gezellig: het samenzijn, de kaasjes, worstjes, hapjes en drankjes. Etentjes met mijn leuke kinderen. Etentjes met vrienden. Lekkere etentjes vooral. Met lekkere wijntjes. Gin tonicjes op feestjes. Een goedgevulde koelkast met tussendoortjes. En Tony Chocolonely. Te veel marsepein met Sinterklaas.

Maar vooral de 9 of meer kilo die ik was aangekomen na het stoppen met roken. Met het welgemeende excuus dat te zwaar zijn echt veel beter is dan twee pakjes per dag.

Hoe dan ook, ik had er genoeg van. Het moest er weer af. Op 2 januari 2018 begon mijn afvalrace. Met vier simpele ingrepen. Geen alcohol. Geen suiker. Alleen de goede koolhydraten. Drie maal per dag bescheiden eten. Van zo’n 2300 calorieën naar 1300. Het ging snel. Razend snel. Na zo’n week of 10 was ik 12 kilo kwijt. Twaalf dus, waanzinnig. En ik voelde me uitstekend. Ik had wel af en toe trek, maar het was eigenlijk net als bij het stoppen met roken, het ging na een paar minuten wel over. Want laten we eerlijk zijn. Wat fruit, twee ons kip, vlees of vis en behoorlijk wat groenten, bij elkaar dus zo’n 1000 a 1300 calorieën, als het echt niet te houden was een klein schaaltje volle kwark, ga je echt niet dood.

Ik had het doel om van 122 kg naar zo’n 100 kg te gaan. En ik had me voorgenomen drie maanden niet te drinken en bescheiden te blijven eten. Na 16 weken zat ik op 108 en ik heb ook nog even 106,5 aangetikt. Dat was na ruim vijf maanden. Alcohol had al weer zijn intrede gedaan. Al was het nog redelijk bescheiden: tweemaal per week en paar glaasjes. Eenmaal per maand echt veel te veel. Alcohol zonder kaasjes en zo is lastig, die kwamen er ook bij. En bitterballen. Kaasstengels.

En dan wordt het lastig. Ik bedoel, een avondje lekker uit de band springen, betekende 1,5 tot 2 kilo erbij. Oké ze gingen er in een paar dagen af, maar je zag de weegschaal toch weer langzaam oplopen. De motivatie neemt ook af: de broeken passen weer, de buik is nagenoeg weg. En je voelt je lekker. Maar mijn BMI was nog steeds iets te hoog: 27 (moet dus maximaal 25 zijn). En de buikomvang (een betere maatstaf zegt men) was ook nog teveel: 108. En die moet zeker onder de 100 zijn. Reken op een centimeter per kilo.

De zomer kwam. Lastige periode. Wijntjes, biertjes, bbq, vakantie. Als je regelmatig over dit soort dingen leest, dan weet je het: een levensstijl verandering moet voor altijd. Dat maakt het zo lastig, want wat is het leven nog zonder al deze dingen? Hoe saai wil je het hebben? Waarom zou je je zelf te kort doen? En lijden? Hoe moeilijk ga je het maken? Ik denk dat we op dit onderwerp in de loop van de tijd vaker terugkomen. Een groot onderwerp. Ik ben over verslavingen een prachtig boek aan het lezen.

Het is nu half oktober. De weegschaal staat op 108. Heeft zelfs de afgelopen twee maanden twee keer de 110 aangetikt. Ik wil naar 100.  Alleen ben ik minder gemotiveerd dan afgelopen 1 januari. Het plan nu: meer bewegen (gewoon weer beginnen met bewegen en ook weer niet teveel, want daar krijg je honger van), een rem op het drinken zetten en erg uitkijken met wat ik eet. Ik kom er op terug.

Heb je vragen over afvallen of wil je er over praten, stuur maar een mailtje. Anderen en daardoor jezelf motiveren helpt ook goed.

Older EntriesNext Entries »
Bestellen?
© 2021 Jan Peter van Doorn
Privacy policy
Schrijf je in voor de nieuwsbrief: